---- [ ☀ ] [ ⚠ ] [ ◀ ] [ ▶ ] 0002 -nl- (fr) (de) (en) (pl) (ru)
2. Transduction par Esperilo
(Transdéduction par les lecteurs)

Georges Lecomte   11/10/2015   Gilbert Lemaître
[   ▶  ] Le monde avec et sans Esperilo

2. Transdukto per Esperilo
(Transdedukto per la legantoj)

Germain Pirlot   27/4/2009  Gilbert Lemaître
[   ▶  ] La mondo kun kaj sen Esperilo

Des lexicographes ont traduit, chacun dans leur langue, les morphèmes (éléments de mot) de l'Espéranto, langue qui se prête idéalement, par nature, à cette translation.
Ĉiu en sian lingvon, leksikografoj tradukis la vorterojn (elementojn de vortojn) de Esperanto, lingvo kiu, nature, ideale adaptiĝas al tiu transiro.
L'auteur exprime sa pensée en Espéranto. Se référant au dictionnaire (unique), il lui est loisible de choisir les mots dont les morphèmes sont les plus adéquats.
La aŭtoro esprimas sian penson en Esperanto. Referencante al la vortaro (ununura), li havas la eblecon elekti la vortojn, kies vorteroj estas la plej taŭgaj.
Chacun des lecteurs parcourt le texte original (schématisé par la double flèche blanche) et fait apparaître la traduction des morphèmes sous forme d'info-bulles (schématisées par la simple flèche noire).
Ĉiu leganto tralegas la originalan tekston (skemigita per duobla blanka sago) kaj ekvidigas la tradukon de la vorteroj sub formo de informo-buloj (skemigitaj per simpla nigra sago).
Il ne reste plus au lecteur qu'à parer ces données brutes de toutes les grâces qu'il souhaite, assuré qu'il est d'avoir à l'esprit chaque élément de la pensée de l'auteur. Il la re-synthétise au sein et à partir de sa propre pensée. Cette synthèse immédiate ne passe pas nécessairement par une traduction du texte original. Ce n'est donc pas vraiment une « version ».
Aussi, nous la désignons par le nouveau terme « transdéduction ».
Tiam la leganto devas nur ornami tiujn krudajn sciigojn per ĉiuj deziritaj ĉarmoj, ĉar li certas havi en la menso ĉiun elementon de la penso de la aŭtoro. Li resintezas en kaj el sia propra penso. Tiu senpera sintezo ne necese trairas tradukon de la originala teksto. Do ne vere temas pri « detradukado ».
Pro tio ni nomas ĝin per la nova vorto « transdedukto ».
Avantage du système : le couple lexicographe-traducteur n'existe plus. Il ne reste plus du travail du lexicographe que la traduction des éléments de l'espéranto dans un dictionnaire unique. Ce travail peut être affiné au fil du temps et des évolutions langagières.
Avantaĝo de la sistemo : ne plu ekzistas la paro leksikografo-tradukisto. El la laboro de la leksikografo restas nur la traduko de la Esperanto-elementoj en ununura vortaro. Tiu laboro povas esti malkrudigita iom post iom kaj per lingvaj evoluoj.
Le découpage de chaque mot en ses parties et l'incrustation de leur traduction au sein même du texte constituent ce que nous désignons par un nouveau terme : la « transduction ». Cette transmission sans traduction est une opération automatique et aussi fiable que les ordinateurs l'assurent. Elle ne nécessite aucun arbitrage humain car les lexicographes s'en sont chargés en élaborant le dictionnaire.
La tranĉado de ĉiu vorto laŭ ĝiaj partoj kaj la inkrusto de ilia traduko sine de la teksto mem konstituas tion, kion ni nomas per nova vorto : la « transdukton ». Tiu transsciigo sen traduko estas aŭtomata operacio kaj fidinda tiom , kiom la komputiloj certigas ĝin. Ĝi bezonas neniun homan arbitracion ĉar la leksikografoj zorgis pri ĝi kiam ili ellaboris la vortaro.
Autre avantage : par la « transdéduction », le lecteur devient très actif, et immédiatement à son propre niveau littéraire, le socle de compréhension précise étant assuré par le logiciel Esperilo qui se charge de la « transduction ». Nous allons voir comment dans le schéma suivant.
Alia avantaĝo: per la « transdedukto », la leganto iĝas aktiva, kaj rekte je sia propra literatura nivelo, la bazo de preciza kompreno estas certigita de la programaro Esperilo, kiu zorgas pri la « transdukto ». Ni vidos kiamaniere en la onta skemo.
La transduction d'Esperilo permet la transdéduction du lecteur.

La transdukto de Esperilo ebligas la transdedukto de la leganto.




2. Transduction par Esperilo - Transdukto per Esperilo---version1\0002_nl--- 2017-10-30 17:47:24
2144 reserĉoj, 741 serĉadoj, 302 ekserĉoj, 9 serĉiĝontoj, 0 serĉeraro
 
.
adaptiĝas
adapt': aanpassen
iĝ': zich maken, worden ▌pal'iĝ': bleek worden ♦ pal': bleek
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
aktiva
aktiv': actief
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
al
al: naar, aan
.
alia
ali': ander
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
arbitracion
arbitraci': _
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
aŭtomata
aŭtomat': automaat
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
aŭtoro
aŭtor': _
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
avantaĝo
avantaĝ': voordeel
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
bazo
baz': _
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
bezonas
bezon': nodig hebben
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
blanka
blank': wit
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
buloj
bul': kluit, klomp, bal
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
j: uitgang van het meervoud
.
ĉar
ĉar: want, omdat
.
ĉarmoj
ĉarm': bekoorlijk, innemend, charmant
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
j: uitgang van het meervoud
.
certas
cert': zeker
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
certigas
cert': zeker
cert'ig': verzekeren, bevestigen ♦ ig': maken..., doen... ▌pur'ig': reinigen ♦ pur': rein
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
certigita
cert': zeker
cert'ig': verzekeren, bevestigen ♦ ig': maken..., doen... ▌pur'ig': reinigen ♦ pur': rein
it': uitgang van het lijdend verleden deelwoord ▌far'it': "is" gedaan ♦ far': doen
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
ĉiu
ĉiu: ieder, elk
.
ĉiuj
ĉiu: ieder, elk
ĉiu`j: allen ♦ j: uitgang van het meervoud
.
ĉiun
ĉiu: ieder, elk
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
de
de: van (bezit), vanaf (vertrekpunt), door (bij lijdende vorm van deelwoorden)
.
detradukado
de: van (bezit), vanaf (vertrekpunt), door (bij lijdende vorm van deelwoorden)
de`traduk': _ ♦ traduk': vertalen
ad': duidt de duur van een handeling aan ▌paf'ad': beschieting ♦ paf': geweerschot
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
devas
dev': moeten
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
deziritaj
dezir': wensen
it': uitgang van het lijdend verleden deelwoord ▌far'it': "is" gedaan ♦ far': doen
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
j: uitgang van het meervoud
.
do
do: dus
.
duobla
du: twee
obl': kenmerkt het verveelvuldigend telwoord, ...mal, ...voudig ▌du'obl': dubbel ♦ du: twee
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
eblecon
ebl': mogelijk ▌kompren'ebl': begrijpelijk ♦ kompren': verstaan, begrijpen
ec': kenmerkt de abstrakte eigenschap of hoedanigheid ▌bon'ec': goedheid ♦ bon': goed
ec'o: eigenschap ♦ o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
ebligas
ebl': mogelijk ▌kompren'ebl': begrijpelijk ♦ kompren': verstaan, begrijpen
ebl'ig': mogelijk maken ♦ ig': maken..., doen... ▌pur'ig': reinigen ♦ pur': rein
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
ekserĉoj
ek': beginnen ▌ek'kant': aanheffen ♦ kant': zingen
serĉ': zoeken
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
j: uitgang van het meervoud
.
ekvidigas
ek': beginnen ▌ek'kant': aanheffen ♦ kant': zingen
vid': zien
vid'ig': _ ♦ ig': maken..., doen... ▌pur'ig': reinigen ♦ pur': rein
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
ekzistas
ekzist': bestaan
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
el
el: uit
.
elekti
elekt': kiezen
i: uitgang van de noemvorm ▌laŭd'i: loven
.
elementoj
element': element
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
j: uitgang van het meervoud
.
elementojn
element': element
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
j: uitgang van het meervoud
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
elementon
element': element
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
ellaboris
el: uit
labor': werken
is: uitgang van de verleden tijd ▌mi far'is: ik deed ♦ far': doen
.
en
en: in
.
esperanto
esper': hopen
esper'ant': Esperanto █ _ ♦ ant': uitgang van het bedrijvend tegenwoordig deelwoord ▌far'ant': doende ♦ far': doen
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
esperilo
esper': hopen
esper'il': Esperilo █ _ ♦ il': kenmerkt het werktuig, instrument ▌tond'il': schaar ♦ tond': knippen, scheren
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
esprimas
esprim': uitdrukken
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
estas
est': zijn
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
esti
est': zijn
i: uitgang van de noemvorm ▌laŭd'i: loven
.
evoluoj
evolu': _
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
j: uitgang van het meervoud
.
fidinda
fid': vertrouwen
ind': waardig (van, om) ▌laud'ind': lovenswaardig ♦ laud': loven
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
formo
form': vorm
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
ĝi
ĝi: het (zakelijk voornw)
.
ĝiaj
ĝi: het (zakelijk voornw)
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
j: uitgang van het meervoud
.
ĝin
ĝi: het (zakelijk voornw)
ĝi`n: het (zakelijk voornw) ♦ n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
havas
hav': hebben
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
havi
hav': hebben
i: uitgang van de noemvorm ▌laŭd'i: loven
.
homan
hom': mens
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
ideale
ideal': ideaal
e: uitgang van het bijwoord ▌bon'e: wel
.
iĝas
iĝ': zich maken, worden ▌pal'iĝ': bleek worden ♦ pal': bleek
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
ilia
ili: zij (meervoud)
ili`a: hun (van hen) ♦ a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
ili
ili: zij (meervoud)
.
informo
inform': meedelen, inlichten, informeren
inform'o: mededeling, inlichting, informatie ♦ o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
inkrusto
inkrust': inleggen
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
iom
iom: een zekere hoeveelheid, een beetje
.
je
je: onbep vz
.
kaj
kaj: en
.
kiam
kiam: wanneer
.
kiamaniere
kia: welk(danige), wat voor een, hoe(danige)
kia`manier': _ ♦ manier': manier
e: uitgang van het bijwoord ▌bon'e: wel
.
kies
kies: wiens, wier, waarvan
.
kiom
kiom: hoeveel
.
kion
kio: wat
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
kiu
kiu: wie, welke (vragend), die, dat (betr)
.
kompreno
kompren': begrijpen, verstand hebben van, weten te
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
komputiloj
komput': berekenen
komput'il': computer ♦ il': kenmerkt het werktuig, instrument ▌tond'il': schaar ♦ tond': knippen, scheren
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
j: uitgang van het meervoud
.
konstituas
konstitu': samenstellen
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
krudajn
krud': ruw, onbewerkt, onbehouwen
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
j: uitgang van het meervoud
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
kun
kun: met
.
la
la: de, het (bepalend lidwoord)
.
laboro
labor': werken
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
laŭ
laŭ: volgens, naar, langs
.
leganto
leg': lezen
ant': uitgang van het bedrijvend tegenwoordig deelwoord ▌far'ant': doende ♦ far': doen
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
legantoj
leg': lezen
ant': uitgang van het bedrijvend tegenwoordig deelwoord ▌far'ant': doende ♦ far': doen
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
j: uitgang van het meervoud
.
leksikografo
leksikograf': woordenboekschrijver
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
leksikografoj
leksikograf': woordenboekschrijver
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
j: uitgang van het meervoud
.
li
li: hij
.
lingvaj
lingv': taal
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
j: uitgang van het meervoud
.
lingvo
lingv': taal
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
lingvon
lingv': taal
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
literatura
literatur': literatuur
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
malkrudigita
mal': kenmerkt het tegenovergestelde: ▌mal'bon': slecht ♦ bon': goed
krud': ruw, onbewerkt, onbehouwen
ig': maken..., doen... ▌pur'ig': reinigen ♦ pur': rein
it': uitgang van het lijdend verleden deelwoord ▌far'it': "is" gedaan ♦ far': doen
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
mem
mem: zelf, vanzelf
.
menso
mens': geest
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
mondo
mond': wereld
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
nature
natur': natuur
e: uitgang van het bijwoord ▌bon'e: wel
.
ne
ne: neen, niet, geen
.
necese
neces': nodig, noodzakelijk
e: uitgang van het bijwoord ▌bon'e: wel
.
neniun
neniu: niemand, geen
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
ni
ni: wij
.
nigra
nigr': zwart
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
nivelo
nivel': niveau, peil
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
nomas
nom': naam
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
nova
nov': nieuw
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
nur
nur: slechts, alleen, pas
.
onta
ont': uitgang van het bedrijvende toekomend deelwoord ▌far'ont': "zullende" doen ♦ far': doen
ont'a: naast ♦ a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
operacio
operaci': _
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
originala
original': origineel
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
originalan
original': origineel
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
ornami
ornam': (ver)sieren
i: uitgang van de noemvorm ▌laŭd'i: loven
.
paro
par': paar
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
partoj
part': (aan)deel
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
j: uitgang van het meervoud
.
penso
pens': denken
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
penson
pens': denken
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
per
per: door (middel van)
.
plej
plej: meest
.
plu
plu: verder, meer, langer
.
post
post: na, achter
.
povas
pov': kunnen, mogen
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
preciza
preciz': precies, nauwkeurig
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
pri
pri: over, aangaande
.
pro
pro: wegens, in ruil voor
.
programaro
program': programma
ar': een groep of voorwerpen ▌arb'ar': vorst ♦ arb': boom
ar'o: _ ♦ o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
propra
propr': eigen
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
referencante
referenc': referentie, bronvermelding
ant': uitgang van het bedrijvend tegenwoordig deelwoord ▌far'ant': doende ♦ far': doen
e: uitgang van het bijwoord ▌bon'e: wel
.
rekte
rekt': recht, rechtstreeks
e: uitgang van het bijwoord ▌bon'e: wel
.
reserĉoj
re': her-
serĉ': zoeken
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
j: uitgang van het meervoud
.
resintezas
re': her-
sintez': synthese
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
restas
rest': overblijven
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
sago
sag': pijl
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
sciigojn
sci': weten
sci'ig': laten weten, mededelen ♦ ig': maken..., doen... ▌pur'ig': reinigen ♦ pur': rein
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
j: uitgang van het meervoud
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
sen
sen: zonder
.
senpera
sen: zonder
per: door (middel van)
per`a: middellijk ♦ a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
serĉadoj
serĉ': zoeken
ad': duidt de duur van een handeling aan ▌paf'ad': beschieting ♦ paf': geweerschot
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
j: uitgang van het meervoud
.
serĉeraro
serĉ': zoeken
erar': dwalen, zich vergissen
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
serĉiĝontoj
serĉ': zoeken
iĝ': zich maken, worden ▌pal'iĝ': bleek worden ♦ pal': bleek
ont': uitgang van het bedrijvende toekomend deelwoord ▌far'ont': "zullende" doen ♦ far': doen
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
j: uitgang van het meervoud
.
sia
si: zich
si`a: zijn, haar, hun, van zichzelf ♦ a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
sian
si: zich
si`a: zijn, haar, hun, van zichzelf ♦ a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
simpla
simpl': eenvoudig
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
sine
sin': borst, boezem, buik, schoot
e: uitgang van het bijwoord ▌bon'e: wel
.
sintezo
sintez': synthese
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
sistemo
sistem': systeem
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
skemigita
skem': model, schema
ig': maken..., doen... ▌pur'ig': reinigen ♦ pur': rein
it': uitgang van het lijdend verleden deelwoord ▌far'it': "is" gedaan ♦ far': doen
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
skemigitaj
skem': model, schema
ig': maken..., doen... ▌pur'ig': reinigen ♦ pur': rein
it': uitgang van het lijdend verleden deelwoord ▌far'it': "is" gedaan ♦ far': doen
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
j: uitgang van het meervoud
.
skemo
skem': model, schema
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
sub
sub: onder
.
taŭgaj
taŭg': deugen, geschikt zijn
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
j: uitgang van het meervoud
.
teksto
tekst': tekst
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
tekston
tekst': tekst
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
temas
tem': thema, onderwerp
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
tiam
tiam: toen, dan
.
tio
tio: dat
.
tiom
tiom: zoveel
.
tion
tio: dat
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
tiu
tiu: die, dat
.
tiujn
tiu: die, dat
j: uitgang van het meervoud
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
tradukis
traduk': vertalen
is: uitgang van de verleden tijd ▌mi far'is: ik deed ♦ far': doen
.
tradukisto
traduk': vertalen
ist': kenmerkt het beroep ▌bot'ist': laarzenmaker ♦ bot': laars ▌mar'ist': zeeman ♦ mar': zee
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
traduko
traduk': vertalen
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
tradukon
traduk': vertalen
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
trairas
tra: door heen, via
ir': gaan, lopen
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
tralegas
tra: door heen, via
leg': lezen
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
tranĉado
tranĉ': snijden
ad': duidt de duur van een handeling aan ▌paf'ad': beschieting ♦ paf': geweerschot
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
transdedukto
trans: over, aan de overkant van
trans`dedukt': _ ♦ dedukt': _
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
transdukto
trans: over, aan de overkant van
trans`dukt': _ ♦ dukt': _
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
transdukton
trans: over, aan de overkant van
trans`dukt': _ ♦ dukt': _
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
transiro
trans: over, aan de overkant van
ir': gaan, lopen
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
transsciigo
trans: over, aan de overkant van
sci': weten
sci'ig': laten weten, mededelen ♦ ig': maken..., doen... ▌pur'ig': reinigen ♦ pur': rein
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
ununura
unu: één
unu`nur': _ ♦ nur': zuiver, louter
a: uitgang van het bijvoeglijk naamwoord ▌hom'a: menselijk ♦ hom': mens
.
vere
ver': waarheid, echtheid
e: uitgang van het bijwoord ▌bon'e: wel
.
vidos
vid': zien
os: uitgang van de toekomende tijd van werkwoorden
.
vortaro
vort': woord
vort'ar': woordenboek ♦ ar': een groep of voorwerpen ▌arb'ar': vorst ♦ arb': boom
ar'o: _ ♦ o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
vorteroj
vort': woord
vort'er': _ ♦ er': deeltje, _ ▌sabl'er': _ ♦ sabl': zand
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
j: uitgang van het meervoud
.
vorterojn
vort': woord
vort'er': _ ♦ er': deeltje, _ ▌sabl'er': _ ♦ sabl': zand
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
j: uitgang van het meervoud
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
vorto
vort': woord
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
.
vortojn
vort': woord
o: uitgang van de zelfstandige naamwoorden
j: uitgang van het meervoud
n: uitgang van de accusatief, merkt ook de richting
.
zorgas
zorg': zorgen, zich bekommeren, bezorgd zijn
as: uitgang van de tegenwoordige tijd van werkwoorden
.
zorgis
zorg': zorgen, zich bekommeren, bezorgd zijn
is: uitgang van de verleden tijd ▌mi far'is: ik deed ♦ far': doen